Astrid heeft vier meiden. Ze voelt zich vaak een jongleur met het jongleren van alle bezigheden en levensgebeurtenissen bij de meiden, het huishouden en dan nog haar eigen dingen doen. Als ze maar even een bal laat vallen valt er een kaartenhuis in elkaar. Niets wil meer lukken dan die dag. Nu jongleert ze tussen de tweeling van twee in een nee fase die nog eens alle speelgoed overal laat liggen en het uiterste van haar geduld testen, een dochter van vier die ziek is, aandacht wilt en de oren van haar kop zeurt en nog een zesjarige die naar en van school moet worden gehaald. Als haar man thuiskomt kijkt hij haar aan, ‘tijd voor jezelf mijn knappe jongleur.’

Goed de chaos beschreven Lisa. Fijne uitsmijter, ik merkte dat ik bij het lezen van de laatste zin verwachtte dat die man er nog een schepje bovenop zou doen, maar hij bleek juist de redder 😉
@Lisa: deze erkenning is fijn, maar ik hoop dat haar man ook een halve week deze baan heeft, en zijn vrouw naar haar werk buitenshuis gaat.