‘Hoe was jullie week?’ luidt de standaardvraag van de psychiater.
‘Nogal dubbel,’ antwoordt de cliënt, ‘we hadden goede én slechte momenten.’
‘Laten we ons vandaag eens focussen op het goede dat jullie mochten ervaren. Heb je een aansprekend voorbeeld voor me?’
‘Zeker. We gingen woensdag stemmen, het was druk, er stond een flinke rij achter ons en ik stond te stoethaspelen met mijn identificaties.’
‘Ja, wat wil je met een stuk of vijftig van die plastic kaartjes. En toen?’
‘De voorzitter bracht me naar een apart hokje, zodat ik in alle rust kon uitzoeken wat bij wie hoorde.’
‘Wat aardig!’
‘Ja, hij fluisterde: “Ik heb zelf ook jarenlang in een identificatiecrisis gezeten; wanneer ben je wie? Het blijft een crime.”’

Willem, je wordt niet goed van al dat plastic. Leuk geschreven.
“Ik heb zelf ook jarenlang in een identificatiecrisis gezeten; wanneer ben je wie? Het blijft een crime”.’ – “Ik heb zelf ook jarenlang in een identificatiecrisis gezeten; wanneer ben je wie? Het blijft een crime.”‘
Bij een volledig citaat valt het aanhalingsteken sluiten buiten de punt. Het laatste aanhalingsteken volgt dan hierachter.
Dank Han, ik pas het aan.