Hij wijst met zijn ogen naar zijn rugtas. ‘Portemonnee,’ versta ik.
Ik geef de portemonnee aan de caissière.
‘Kunt u het pasje eruit halen?’ vraagt ze me met een vies gezicht.
‘Nee. Dat moet jij doen.’
Met de aanplaknagels van duim en wijsvinger opent ze de portemonnee; pasjes vallen op de band. Ze trekt een nog viezer gezicht en stopt ze terug in het vakje. De pinpas houdt ze voor het betaalapparaat.
‘Kunt u de boodschappen in zijn tas te doen?’
‘Maar natuurlijk,’ zeg ik.
Alles wat ze maar kan desinfecteren spuit ze onder.
‘Dat doe je normaal gesproken toch ook niet?’
‘Dit soort mensen kwijlt en dat is vies.’
‘En jouw soort?’
‘Wat bedoelt u daarmee?!’
‘Klinkt discriminerend, hè?’


Recente reacties