‘Ik werk er nog maar net, dus kan ik er niet meer over vertellen dan dat het net werk is.’
‘U ziet er keurig uit. En waar werkt u net?’
‘Overal waar een netwerk te vinden is.’
‘Zoals?’
‘Bruiloften en partijen, bedrijfsrecepties… Noem maar op.’
‘Maar die heb je toch niet dagelijks?’
‘Dat moet je dus opbouwen.’
‘Hoe?’
‘Door te netwerken! Je neemt een fles mee naar een random bedrijfsreceptie, wisselt visitekaartjes uit en…’
‘Kent dat bedrijf u niet?’
‘Nee, natuurlijk niet, anders hoef je niet te netwerken.’
‘Wat levert het op?’
‘Nou, daarvoor ben ik bij u gekomen. Die corona hè. Dus ik dacht, u als sociale dienst met een groot financieel netwerk… Houdt u van rood of wit?’


Hallo Han, leuk stuk, herkenbaar.
In mijn tijd in het bedrijfsleven kwam ik veel mensen tegen op borrels en andere hinderlijke, verplichte bijeenkomsten waar ik van dacht: wat doe je hier en wie ken je eigenlijk? De beroepsborrelaars en receptielopers.
Menno, dank je wel. Als inkoper heb ik niets anders meegemaakt dan wat jij vertelt. Als het even kon, was ik daarbij niet aanwezig. Op beurzen ontkwam ik daar vaak helaas niet aan.
De overtreffende trap in deze zijn de “bezoekers” van de laatste dienst. Graag gelezen. Grt.
Dank je wel, Luc.