‘In sommige culturen trouwen bloedverwanten wel met elkaar, Vreeswijk.’
‘Gadverdamme, nicht Alida.’
‘Dan trouw je niet met een vreemde.’
‘Je krijgt er achterlijke kinderen door, Alida.’
‘Het is toch gek?’
‘Wat, Alida?’
‘Vreemden leren elkaar kennen, gaan trouwen, maar als ze weten wie ze zijn, gaan ze weer uit elkaar. De dood krijgt de kans niet ze te scheiden. Gevloeid bloed is de verwantschap. Gedupeerde kinderen.
Wij zien elkaar elke dag. Wat als ik eerder ga, Vreeswijk?’
‘Alida… zeg dat nou niet. Ik moet even zitten.’
‘Gaat ‘t, Vreeswijk?’
‘Wat moet ik dan, Alida?’
‘Huil je, Vreeswijk?’
‘Komt door de wind en de leeftijd.’
‘Ik heb niet genoeg steun aan die kousen, Vreeswijk.’
‘Wil je me alsjeblieft even vasthouden, Alida?’


Weergaloos de kwetsbaarheid van allebei weergegeven.
Levja. Dank je voor het compliment.