‘Neen, nicht Alida, bij deze verjaardag horen ballonnen.’
‘Zo kinderachtig, op jouw leeftijd.’
‘Alida, het kind in mij leeft. Dit is een mijlpaal, zo oud word ik nooit meer.’
‘En zo oud als je eruitziet ook niet.’
‘Blaas ze nu maar op, ouwe troel!’
‘Kun jij dat niet doen, Vreeswijk?’
‘Ik moet naar de banketbakker, appeltaart halen.’
‘Ballonnen opblazen heb ik nooit gekund, Vreeswijk. Ik zuig altijd in plaats van dat ik blaas.’
‘Hier, begin alvast met de slagroomspuit, Alida. Vader vulde de ballonnen ook met lachgas.’
‘Hahaha, tralali tralala, ik ben je nichtje Alida. Wat een heugelijke dag dat ik met je feesten mag.
Hahaha, tralali tralala, ik ben je nichtje Alida…’
‘Alida, je hebt nog geen ballon opgeblazen!’


Proficiat Vreeswijk… eh…. Han!
Willem. Han…?
Leuk bedacht, Han, maar het rijmen in combinatie met het ’tralali tralala’ associeer ik niet echt met lachgasgebruik en roept tevens een beetje een jaren vijftig-sfeer op.
Ewald. Het hoort helemaal bij Alida. Zij ‘komt’ uit die tijd en dit is dan ook de manier waarop zij uit haar dak gaat.
Han, de uitwerking van drugs heeft weinig te maken met de tijd waarin je bent geboren of opgegroeid.
Ewald… kom op nou. Wat ik hier schrijf is toch ook een parodie en niet de werkelijkheid. Een oudere vrouw die lachgas zuigt. Ja hoor… Een oude man die ballonnen op zijn verjaardag wil.
Han, ik snap dat het parodie is. Dat een man als Vreeswijk ballonnen wil, kan ik me trouwens goed voorstellen. Het einde van je verhaaltje vond ik alleen wat afbreuk doen aan het geheel.