‘Er klopt geen steek van.’ Met breiwerk en -patroon onder haar arm, reden we met de blauwe stadsbus naar de Indische Buurt, die zo nog steeds wordt genoemd.
In de breiwinkel was het druk. Broddellappen kletsten met zelfgebreide kousen en borduurden voort op een bepaald patroon. Netwerken was roddelen, over wie nu weer in de buurt steken had laten vallen.
Als mijn oma aan de beurt is, zegt de eigenaresse – oude vrijster Jo de Bie – met een gevaarlijke breipen tussen arm en dikke borst geklemd: ‘Ik zei u nog wanneer u moest minderen, mevroi!’
De atmosfeer van wol vermengd met oude Boldoot wordt gespannen.
‘Nee, dat heeft u niet. Ik kom hier nooit meer!’
Het zou nog veel kriebeltruien duren…


Bah, Boldoot. Goed de oude sfeer van vroeger weergegeven, Han.
Ewald. Ik vond het een verschrikking daar. Deels waargebeurd. Twee onsympathieke oude vrijsters waren eigenaar.
Boldoot, ik moest het even opzoeken, duidelijk voor mijn tijd. Ik dacht dat Old Spice en Tabac al ouderwets waren maar die zijn inmiddels alweer hip. De breiwinkel van weleer bestaat trouwens nog wel, maar je moet ze wel zoeken. Leuk stuk, Han.
Je bent een kei in nostalgische beschrijvingen Han.
Dank je, Luc. De scheerstaaf van Tabac gebruik ik nog steeds.
Willem, dank je voor het compliment.
Breien is weer helemaal in deze corona periode, zelfs onder jongeren wordt er meer gebreen?, gebreid?
Menno, de sfeer van toen, daar ging het mij om.
breien – breide – gebreid.