Aan de zoetzure geur bij haar bilnaad merkte ik dat ze niet van hier was. Mogelijk kwam ze van ver en was ze door een samenloop van omstandigheden hopeloos verdwaald.
Mijn aangeboren beschermingsmechanismen traden in werking. Om haar enigszins gerust te stellen, bleef ik steeds heel dicht bij haar. We keken elkaar ook regelmatig diep in de ogen.
Onbewust, of misschien minder onbewust, probeerde ik ook wel enige indruk op haar te maken. Wie weet was zij de ware voor mij. Geluk bestaat.
Mijn gedrag bood haar zoveel troost, dat ze als vanzelfsprekend meeging en vrijwel onmiddellijk met me het nest indook.
Zo’n drie maanden later kregen we vier schattige welpen, in de mooiste kleuren die moeder natuur had bedacht.

Een heerlijke openingszin, Cesar en een plot die ik zeker niet zag aankomen.
Persoonlijk zou ik van beschermingsmechanismen enkelvoud maken, maar ja, het is mijn stukje niet.
@Ewald. Dank voor je reactie. Ik had aanvankelijk ‘beschermingsmechanisme’ in het enkelvoud, maar levende wezens hebben meer dan één specifiek beschermingsmechanisme. Dus het leek me beter om het meervoud te gebruiken, omdat je in het enkelvoud slechts doelt op één heel specifiek beschermingsmechanisme en het lijkt me niet ondenkbaar dat meerdere mechanismen, die ook nog eens niet exact zijn aan te duiden en/of te isoleren, met elkaar in wisselwerking treden. Vandaar ‘beschermingsmechanismen.’ Welke voorkeur de lezer ook heeft: ik heb er in ieder geval over nagedacht.
Puur natuur. Ik snap je meervoud van beschermingsmechanisme.
Jammer vind ik ‘vrijwel onmiddellijk met me het nest indook’
@Levja. Ik vind het ook jammer dat ze ‘vrijwel onmiddellijk met me het nest indook,’ al was het alleen maar vanwege de potentiële romantische aanloop waar te weinig gebruik van is gemaakt. Maar mijn rol beperkt zich hier slechts tot documentatie van enkele opeenvolgende feiten. Bovendien was de roep van de natuur zoals bijna altijd sterker dan de beperkingen die de inhoud van een hersenpan biedt.
Cesar, het is mij bekend dat je een nadenkend mens bent. In mijn beleving gaat het hier om fysieke bescherming van een vrouw, of in dit geval een wijfje.
Meerdere beschermingsmechanismen kennen we uit de psychologie. Of de psyche van een dier (een leeuw) net zo complex is als die van een mens, waag ik te betwijfelen.
Voor de meeste dieren draait het leven om eten, voortplanten, slapen en het uitschakelen van – of vluchten voor – natuurlijke vijanden. De beschermingsmechanismen van primaten komen waarschijnlijk wel in grotere mate met die van ons overeen.
Bekend, Cesar. De geest is gewillig, maar het vlees is zwak.
Toch had ik het ietwat meer romantisch verhullend tot mij genomen.
Wederom … mijn makke.
@Ewald. Dank voor je uitweiding. Mijn bezwaar tegen ‘beschermingsmechanisme’ is dat het in taalkundige zin suggereert dat een levend wezen (dier of mens) slechts één beschermingsmechanisme zou bezitten en dat lijkt me nogal onwaarschijnlijk. Dat een mens complexere beschermingsmechanismen heeft, doet daar niets aan af. Nog vreemder wordt het als het dan wel genoemd wordt (in het enkelvoud), maar ongespecificeerd blijft. Dan suggereer je nog sterker dat er maar één beschermingsmechanisme is bij de ‘hoofdpersoon’en dat lijkt me vrij onwaarschijnlijk.
Daar komt nog bij dat het niet bij toeval in de ik-vorm is geschreven.
Je kunt in het verhaal ook mogelijk een antropomorfe verteller herkennen, ook al omdat ik speel met de ruimte tussen humane en niet humane wezens.
@Levja. Heeft er nooit iemand tegen je gezegd: ‘Me Tarzan, you Jane’?
Dat laatste is dan ook de kracht van het stukje. De eerste zin suggereerde een absurdistisch verhaaltje over twee mensen, de ik-persoon en een vrouw.
@Cesar. Ik heb dit met plezier gelezen.
@Tiny. Dank voor het lezen en nog met plezier ook…