De mens wil graag overal een verklaring voor vinden. Je hoeft trouwens helemaal geen wetenschapper te zijn om verklaringen te zoeken en te vinden. Dat kan een kind van vijf vaak ook al, evenals een dichter, die alles wat de mens bezighoudt creatief weet te verwoorden en op veelal originele, tegendraadse en multi-interpretabele wijze te verklaren.
Maar als mens toon je pas echt intelligentie op het moment dat je ook rekening weet te houden met interpretaties die niet gemakzuchtig of met behulp van al dan niet wetenschappelijke sjablonen tot stand komen, dat wil zeggen door ook verklaringen te zoeken die de beperkte grenzen van het eigen referentiekader overschrijden. Indien mogelijk ook nog eens in honderdtwintig wezenlijke woorden tot uitdrukking gebracht.

‘Maar de mens toont zijn echte intelligentie pas op het moment dat hij of zij ook …’
Uit oogpunt van consequentie had je hier ook ‘zijn of haar’ moeten schrijven.
Echter, ‘de mens’ is sowieso al m/v. Om hier expliciet zijn of haar en hij of zij te vermelden is eigenlijk overbodig correct. Hij alleen zou hier volstaan (net als zijn) en hij is hier dan niet mannelijk, maar onzijdig.
@Ewald. Goed opgemerkt. Wel is de vraag of ‘overbodig correct’ hier gelijkstaat aan ‘grammaticaal incorrect.’
Bovendien, door ‘de mens’ in het tweede zinsdeel nader te specificeren als ‘hij’ of ‘zij’ kan dat als een individualisering worden opgevat, dus een nadere aanduiding van die mens.
Verder kan het als taalkundig seksisme worden opgevat wanneer je bij ‘mens’ voor de grammaticale aanduiding ‘hij’ kiest, ook al kun je de ‘hij’ als onzijdig opvatten.
Maar natuurlijk heb je het recht om mijn keuze als inconsequent te beschouwen, ook al was mijn idee van deze keus juist het streven naar een zekere consequentie.
@Ewald. Nog een kleine toevoeging. In eerste instantie heb ik gedacht aan zijn/haar… hij/zij, maar dat vond ik stilistisch geen gelukkige keus, vandaar mijn keus.
Cesar, ik begrijp je keuze hierin. Grammaticaal incorrect lijkt het me niet.
Ik heb een lichte allergie voor mensen (meestal vrouwen) die van taalkundig seksisme spreken. Helaas hebben zij steeds meer invloed. Onlangs hoorde ik de hoofdcommissaris van de Amsterdamse politie (een man) spreken over’bemensen’ in plaats van bemannen, een volkomen normaal Nederlands woord dat volgens doorgeslagen feministen niet meer mag woorden gebruikt.
@Ewald. Ik kan me jouw allergie voor de term taalkundig seksisme heel goed voorstellen, omdat sommigen daarmee de taal vaak als instrument en zelfs strijdtoneel kiezen voor hele andere zaken.
De reden dat ik hier zelf toch vaak op let, is dat ik met diverse Romaanse talen ben opgegroeid, Frans en Spaans, en in die talen zit je niet steeds met dat m/v dilemma, omdat voortdurend alles verplicht aan het geslacht van het zelfstandig naamwoord wordt aangepast: lidwoord, bijvoeglijk naamwoord, etc. Dus dat ik daar zelf in het Nederlands vaak ook mee bezig ben, heeft te maken met de invloed van die talen op mijn denken. Ik ben dus geen taalkundige Dolle Mina, mocht je dat vermoeden hebben.
Nee hoor, Cesar, dat denk ik zeker niet. Mijn opmerking over lichte allergie betrof ook niet jouw eerste reactie, maar het fenomeen op zich. Een gelijkwaardige behandeling van mannen en vrouwen kan niet worden afgedwongen door de taal aan te passen of te veranderen. Als de wijn is in de mens, is de wijsheid in de pens.
@Ewald. Je hebt me sowieso aan het denken gezet, dus ik heb toch maar even een paar wijzigingen aangebracht, die hopelijk de aandacht van (discutabele) vorm meer naar inhoud verleggen.
Stilistisch minder fraai nu: 3 x ‘je’ in een zin; maar op dit moment doe ik het er maar mee en overall loopt de zin nu misschien wel wat natuurlijker.
Cesar, ik zou het dan anders oplossen. Het gebruik van de tweede ‘je’ kun je gemakkelijk vermijden door niet over je intelligentie te spreken, maar over gezond verstand.
@Ewald. Daar ben ik nu weer allergisch voor: de term ‘gezond verstand.’ Daar heb ik vrij nare associaties bij. Maar ik kan de tweede ‘je’ weglaten en elders een woord toevoegen. Eens kijken of dat werkt.
Echt intelligentie had ik net ook nog bedacht. Goed opgelost zo.
‘Gezond verstand’ wordt in rechts-populistische kring vaak gebruikt. Ook dagblad De Telegraaf, noemt zichzelf ‘De gezond verstand-krant.’ Ik begrijp je aversie.
@Cesar. Een goed stukje. Jammer van die lange zinnen, dat leest niet lekker. Ik zou het wat ‘actiever’ houden, zoals dat heet. Bijvoorbeeld de eerste twee zinnen: De mens wil graag overal een verklaring voor vinden. Je hoeft trouwens helemaal geen wetenschapper te zijn om verklaringen te zoeken en te vinden – De mens zoekt en vindt graag verklaringen voor alles, waarvoor je trouwens geen wetenschapper hoeft te zijn.
@Han. Dank voor je bijdrage. Mee eens dat inkorten vaak prettiger en vlotter leest. Je geeft als voorbeeld een veel ingetogener zin, zoals je die in goede journalistiek ziet, zonder al te veel poespas.
Maar in stilistisch opzicht heb ik zelf een voorkeur voor barokke schrijvers als Saramago, Marías en Cartarescu. Wat ik in bovenstaand stukje doe, is misschien vloeken in de kerk, namelijk het gebruik van vrij lange zinnen in een ogenschijnlijk non fictie stukje, maar mijn voorkeur voor meanderende zinnen, getuige de aanduiding ‘fictie’ bij dit stukje, is sterker dan de behoefte om altijd kort en krachtig te willen zijn. Zelfs hier.
Toch kan ik ook een schrijver als James Ellroy waarderen, met zijn mitrailleurstijl aan korte zinnen.
@Cesar. Actiever is niet per definitie journalistiek. In moderne proza wordt een actievere schrijfstijl gepropageerd. Dit resulteert vaak, naar mijn menig, in een schrijfstijl met juiste te korte zinnen. Een afwisseling van lang en kort vind ik het mooiste. In dit geval vind ik sowieso de eerste twee zinnen niet echt fraai. Maar het is jouw keuze en slechts mijn mening.
@Han. Afwisseling van korte en langere zinnen kan zeker mooi proza opleveren. Het is echter ook een kwestie van wat in een bepaald taalgebied en in een bepaalde tijd als prettig wordt ervaren. Zelf ben ik nogal beïnvloed door buitenlands proza en daar zie je vaker zinnen van vele regels lang; naar Nederlandse begrippen te lang.
Ik heb het nu niet bij de hand, maar ik las in een onderzoek dat Nederlandse universiteitsstudenten gemiddeld zinnen van 7 woorden schrijven. In sommige andere Europese taalgebieden is dit 12 woorden per zin.
Wat je over modern (Nederlands) proza zegt klopt zonder meer, maar dat is niet (altijd) wat ik zelf nastreef, vandaar b.v. mijn voorkeur voor een auteur als Gregor von Rezzori.
@Cesar. Kwestie van voorkeur. Toch zou ik pleiten voor zogenaamde nevenschikking van de eerste twee zinnen, zoals ik eerder aangaf. Maar nogmaals, jouw keuze van jouw fraaie stukje.
Over de lengte van sommige zinnen zit ik op dezelfde lijn als Han. Daar hebben we het in het verleden weleens eerder over gehad en ik weet dat dit (soms) bij jouw schrijfstijl hoort. In een roman past het naar mijn idee beter dan in een 120w-stukje. Het haalt de vaart eruit. Zoals jezelf aangeeft, Cesar, een smaakkwestie.
@Ewald. Mee eens dat een bondige schrijfstijl over het algemeen geschikter is voor een 120w-stukje. Met lange zinnen zul je mogelijk minder lezers een plezier doen. Natuurlijk plaatsen we stukjes om gelezen te worden, maar ik hoef niet door iedereen gelezen en gewaardeerd te worden. Niet om dwars te liggen, maar omdat ik eigen keuzes bij het schrijven belangrijker vind dan een grote groep fans. Als je vanuit je eigen wezen en je eigen ideeën schrijft, liggen je teksten dichter bij jezelf. Ga je je vooral focussen op wat ‘men’ het liefst leest, dan creëer je mogelijk veel afstand tot jezelf. Ik besef wel heel goed dat door deze inzichten toe te passen een bestseller voor mij in Verweggistan ligt.