De eerste keer dat we op vakantie gingen, verbleven we in een huisje van vriend Arnold op een camping in Nunspeet. Aangezien we geen auto hadden, werden we door Arnold gebracht. Toen hij ons oppikte bij ons huis, schrok hij van onze bagage. Hij vroeg of we misschien de hele zomer in het huisje wilden blijven. Met wat proppen, kregen we alles in de auto en we waren klaar om te gaan, toen mijn moeder riep dat ze iets vergeten was. Ze rende het huis weer in en kwam terug met een gietijzeren braadpan. Arnold sneerde dat er pannen in het vakantiehuisje waren. Mama tilde toen de deksel op en zei: ‘Ik heb voor de hele week al vlees aangebraden.’

@Annette. Doet me denken aan een collega die voor 2 weken Frankrijk maaltijden vaccumeerde en dit per portie meenam. Grt
@Annette. Haha, lekker ouderwets, toen vakantie niet meer was dan het huishouden verplaatsen naar een andere omgeving.
@Annette: mijn vader had via zijn werk een vrachtwagen geregeld voor onze zomervakanties. Werkelijk alles kon (en ging) mee! Koken deed mijn moeder van de boodschappen daar. Die werden met een soort SRV-wagen rondgebracht.
@Annette, herkenbaar. Zou dat nu typisch Nederlands zijn om een hele voorraad eten mee te nemen?
@Luc, @Han, @Lisette en @Nel Ik denk dat we het tot ons cultureel erfgoed moeten rekenen. Dank voor de reacties.