Mijn jongste zus was een recalcitrant type. Met een tamelijk autoritaire vader zorgde dat regelmatig voor aanvaringen en spanningen.
Hoewel mijn vader een eenvoudige tuinarbeider was met een minimale opleiding, was hij toch goed van de tongriem gesneden. Hij had enkel woorden nodig om ons te wijzen op onze plaats. Lijfstraffen uitdelen – zo heeft hij me jaren later verteld – vond hij mensonwaardig en weinig functioneel.
Op een keer wilde mijn jongste zus uit en verscheen, na een uur of twee met toilet en garderobe bezig te zijn geweest, beneden, gekleed in een bonte verzameling kleren, waarbij het meest opvallend het korte rokje was, dat amper de benaming ‘strook’ verdiende.
‘Ga dan maar in je blote kont,’ sprak mijn vader hoofdschuddend.

@Willem. Was, dus nu niet meer?
Benieuwd hoe ze haar echtgenoot (indien van toepassing) heeft leren kennen. Grt
@Rop. Nu een hele lieve haaibaai. Man leren kennen in Dolfinarium.
Leuk stukje. Dooz weur the deez.
@Peter. Jazz mij frent 🙂 PS Je bent me net voor met je kattenbrokje; ik had een verhaaltje waarin in hondenbrokjes had verwerkt.
@Willem. Een lieve haaibaai, dat is inderdaad bijzonder. De dikke van Dale denkt er anders over, maar ja, wat weet die nou over je zus?