‘Het is niet netjes wat je hebt gezegd, Pietertje. Maar het is goed dat je het mij hebt verteld. Ons geheim.’
‘Maar, maar…’
‘Rustig ademhalen. We zijn allemaal mensen, en mensen maken fouten die God ons vergeeft.’
‘Maar meneer Pastoor die…’
‘Die vergeeft je heus wel als hij je de biecht afneemt.’
‘Ja, maar…’
‘Echt waar. Je kunt me toch vertrouwen, je goede vriend de aalmoezenier?’
‘Ik heb het koud, mag ik me aankleden?’
‘Even wachten. Meneer Pastoor zit al klaar voor je in de biechtstoel.’
‘Het spijt me, meneer Pastoor.’
‘Wat spijt je, Pietertje?’
‘Dat ik zei “je ken me… ”
‘Ik versta je niet. Harder!’
‘Je ken me zak opblazen!’
‘Oh, ja, Pietertje… Zeg het nog een keer, alsjeblieft.’


Ai, pijnlijk verhaal, @Han
@Nel. Zeg dat wel… Dank voor je reactie.