Ik ben opgesloten.
‘Je bent ziek,’ was het enige dat die kleine zei. De andere twee zwegen.
‘Wat heb ik dan?’ vroeg ik hem.
Hij schudde zijn hoofd en dwong me deze ruimte binnen te gaan.
‘Dat kan toch zomaar niet!’ protesteerde ik tegenstribbelend.
Met z’n drieën duwden ze me in deze cel. Isolatie.
Ik begrijp er niets van. Ik voel me super. Euforisch zelfs.
Daar komt iemand; de deur gaat open.
‘Ik ben je arts.’
‘Ik mankeer niets.’
‘Dat denk je.’
‘Wat heb ik dan?’
‘Dat kun je niet begrijpen.’
‘Probeer het.’
‘Oké, je hebt ze geliquideerd.’
‘Ik? Wie dan?’
‘Je zult het niet geloven. Het hele team.’
‘Welnee, ze sliepen toen ik weg ging.’
‘Dat bedoel ik.’
‘Leugenaar!’

@Willem. Geestig stukje. De titel is eveneens een schot in de roos.
Het stukje meerdere keren gelezen, Willem. Misschien dat het sterker uit de verf komt wanneer je het eerste deel in de v.t.t. schrijft, omdat daarna nog een stuk dialoog volgt. Het kan ook wellicht een verbetering zijn als je het volledig bij dialoog houdt, zonder de uitleg vooraf.
@tiny, dank je wel. @Ewald, ga ik doen (dank voor de tip).
Dat wordt wel even ‘brommen’ vrees ik. Leuk stukje