‘Ik dacht een rustig baantje te krijgen: oppasser in de kinderboerderij.
Maar we leven van giften en telkens worden we met sluiten bedreigd. De omgang met dieren vind ik grandioos. Geeft me rust. Eigenlijk gaat het die beesten maar om één ding: vreten.
Van die kinderen daarentegen word ik bloednerveus; de dieren al helemaal. Wacht even: “Nee, dat vindt de geit niet leuk als je aan zijn haren trekt. Jij toch ook niet, meisje?”
Ach, kinderen, of liever gezegd: ouders… Zag u hoe vuil die moeder mij aankeek? O wee als die geit gaat bokken. Dan is het een vals kreng en moet ik beter opletten – eigenlijk zijn het ook geen dieren om te aaien.
Toch belangrijk: kind en dier.’


Hoi Han, mooi!
@Ton. Hartelijk dank voor je reactie, ook op mijn andere stukjes!