Bruine krullen en groene ogen, wild en ongetemd als een zigeunerin. Ze woonde met haar ouders in een villa. We zaten op haar bed en ik speelde urenlang gitaar. Mijn vingers wilden haar bespelen, maar ze was verliefd op een ander – een vent met een motor, geen jongen meer.
Die avond gingen we samen naar de stad en zij dronk meer bier dan ik kon verstouwen. Ik bracht haar ’s nachts thuis en ze bakte een eitje voor me. Ik waagde de stap en kuste haar. Mijn eeltige vingertoppen raakten haar huid. Een week later fietste ik langs. Een blinkende motor blokkeerde de oprit, zij zat achterop. Ze zwaaide nog en de motor stoof onder luid gegrom de straat uit.

That’s life. Goed neergezet, Robbedoes.
Inderdaad, that’s life, c’est la vie. In alle talen is het waar. Dank je, Ewald.
Mooi, een compleet verhaal op zich. Niets te veel, niets te weinig. Grt
@Robbedoes. Zoals Luc zegt, niets te veel, niets te weinig.
Knap. De motor mag een Harley Davidson zijn voor mij 🙂
Goed verhaal en goede titel. Liefde zoek je niet, liefde vindt juist jou. Anders zijn het eerder de hormonen 😉 Ook niets mis mee. En ja, als je lacht wacht, geeft dat niet alleen eelt op de handen … ook op de ziel.
lacht=lang. Mijn mobiel wist het beter.
@Tiny. Zijn er nog andere motoren dan? 🙂
Dank, Luc en Tiny. Ja Levja, de liefde zoekt ons maar blijkt af en toe behoorlijk bijziend. “Wie niet waagt, blijft maagd,” riep een oom van me.