De quarantaineperiode was amper voorbij of de isolatieplannen gingen, onuitgesproken, de koelkast in.
‘Nar,’ begon de koning handenwrijvend, ‘weet je waar ik enorme trek in heb?’ en zonder het antwoord van de nar af te wachten vervolgde hij met: ‘een portie gerookte paling.’
In gedachten ging de nar terug naar zijn jeugd. Met zijn twee beste vrienden stonden ze voor dag en dauw op, vertrokken met lege emmers naar de sloot achter boer Helderman, lichtten daar de fuiken en brachten de buit naar de smid die achterin een ton had staan waar hij de aal in hing om te roken.
De koning werd ongeduldig. ‘Wat sta je te dromen?’
‘Sire,’ glimlachte de nar, ‘zet de wekker vanavond op 4 uur.’

@Willem. Niets mis mee natuurlijk, maar nog meer tot de verbeelding sprekend zou kunnen zijn; zet de wekker op 4 uur vannacht. Grt
@Luc, ja, dan weet de lezer genoeg.
Oh, zal dit goed aflopen? Het doet mij denken aan het spreekwoord: ‘Aan elke goede visser ontsnapt wel eens een aal.’
@Levja, ik houd de spanning er nog een paar dagen in …