Schrijf mee!
« »

Fictie, Mensen, Poëzie

Vooruit

25 september 2019 | 120w | Barend Last | 1 |

Ik sluit mijn ogen. Ik kan niet meer. Alle woorden in mijn hoofd smaken naar azijn. Ze krioelen door elkaar, klimmend op een muur vol scherven. In kleine stukjes breken ze uiteen. Opengereten. Naakt. Bibberend van de kou. Ik probeer ze te lijmen, maar niets lijkt nog te passen. Een puzzel zonder eind. De wanhoop siddert als een slang langs mijn benen omhoog en trekt zich strak om mijn lijf. Mijn adem stokt. En dan…

…alleen nog de wind. Ik voel haar tedere handen strijken over mijn huid. Ze vertelt me van een nieuw bestaan en fluistert zachtjes in mijn oor:

‘Ik wil niet dat je gaat.’

Maar het is al te laat…

Ik open mijn ogen en stap vooruit.

Waarderen en delen

Waardeer je dit stukje van Barend Last of juist niet? Geef hieronder een en/of deel het met anderen!

soortgelijke stukjes

1 reactie

Reageren

120
Wees geen muurbloem, laat je mening achter!
Houd het netjes. Je hebt 120 woorden. Huisregels.

Heb je dit stukje ook al gewaardeerd?

Geen zin om de volgende som op te lossen? Log dan in! * De CAPTCHA-code is verlopen, probeer opnieuw.


« »