‘O, ben je hier.’
‘Ja, waar anders. Sorry.’
‘Geeft niet. We moeten ergens beginnen.’
‘Ja. Ik kan het niet.’
‘Twee jaar geleden. Kun jij het geloven?’
‘Nee, het komt steeds dichterbij. Dat we nooit wat gemerkt hebben…’
‘Een naar binnen gekeerd signaal is van de buitenkant niet waar te nemen.’
‘Wat hebben we niet gezien?’
‘Dezelfde vraag, hetzelfde antwoord.’
‘Weet je nog, dat computerspelletje?’
‘Ja, vier jaar geleden.’
‘Vijf. Hij reageerde er vreemd op. Alsof die poppetjes in hem gingen leven. Hadden we toen niet…’
‘Kwel jezelf niet. Kinderen zijn soms allemaal niet te volgen.’
‘We wisten nog niet dat het autisme was.’
‘Nee, dat vonnis kwam later.’
‘Hij heeft niets gevoeld.’
‘Hoe weet je dat?’
‘Dat doet extra pijn.’


@Han: graag gelezen, Han.
Mag ik opmerken dat ‘het vonnis’ voor mij eerder als een geschenk klinkt? Want zolang er geen ‘etiket’ op staat, is iedereen veroordeeld in de omgang met de betrokkene. Het etiket vergemakkelijkt de omgang juist met autisme, het zorgt voor meer mildheid en begrip langs beide zijden, en minder misverstanden. Ik denk dat mensen met een niet gediagnosticeerde vorm het veel moeilijker hebben dan zij die hun diagnose wel kennen. En dit gaat ook op voor hun omgeving.
@Han: de voorlaatste zinnen: “Hoe weet je dat?”-“Het doet extra pijn.”doen me vermoeden dat één van je twee hoofdpersonen misschien ook wel een vorm van autisme heeft…
Is dat zo bedoeld in je stukje? (Want vaak hebben kinderen met autisme ook een ouder met een niet gediagnosticeerde vorm, omdat het maar vrij recent is dat daar aandacht aan wordt besteed.)
@Nele. Vonnis is inderdaad nogal dubbel; het kan ook een ‘bevrijding zijn’.
Toen de laatste zinnen er stonden, dacht ik hetzelfde als jij nu zegt. Leuk dat jij dat ook zo ziet.