Mijn broer was blij toen bleek dat hij een zusje had gekregen. “Mag ze ook een paardenstaart?”, schijnt hij aan het kraambed gevraagd te hebben. Als ik mijn babyfoto’s terugkijk, zat dat er de eerste tijd niet in.
Op foto’s waar ik net kan lopen, heb ik nog steeds een kort koppie. Dat is de eerste twaalf jaar zo gebleven.
Als middelbare scholier kreeg ikzelf meer te zeggen over mijn kapsel. Toen liet ik het lang groeien. Maar nooit heb ik het in een staart gedragen, en zeker geen een vlecht gehad.
Toen mijn feministische jaren aanbraken, heb ik mijn haar rigoreus laten afknippen. Mannelijke onderdrukking enzo.
Niks persoonlijks naar mijn broer.
Mijn haar symboliseert tegenwoordig vooral een grijze duif.

Ergens doet het me ook denken aan de vos die wel zijn haren maar niet zijn streken verliest.
@Hadeke: dat klopt! Ik ben van binnen nog steeds die kale baby.