‘Je mag je kamer helemaal zelf inrichten, Rosa. Geld speelt geen rol,’ zegt haar vader.
Zijn vriendin knikt: ‘Hier heb je folders, bestel maar online.’
Rosa bekijkt haar kamer: veel groter dan die bij haar moeder.
‘Koop ook maar nieuwe kleding, dan hoef je niet steeds heen en weer te sjouwen.’
Onwennig loopt ze door het grote grachtenpand.
‘Ik hoop dat je je snel thuis voelt. Je woont hier tenslotte de halve week,’ zegt de vriendin stralend.
Haar buik bolt.
De deur van de babykamer staat open. Helemaal gestileerd in design roze met een witte schommelwieg.
‘Straks zijn we met zijn vieren en jij mag helpen je nieuwe zusje in bad te doen.’
‘Ik wil graag naar huis,’ zegt Rosa.


Zo te horen duurt dat nog wel even voordat Rosa zich ook daar thuis voelt. Als dat al gebeurt. Goed stukje, Nel.
NB gevoelsmatig had ik thuis voelen ook als samengesteld woord geschreven. Vanwege twijfel Van Dale geraadpleegd en thuisvoelen wordt niet genoemd.
Ewald, dank. Ik twijfelde al en ben verder gaan zoeken. Ik vind een tweet van ‘Onze Taal’:
” Thuisblijven’ is één woord, net als andere frequente combinaties met ’thuis’ (behalve ‘zich thuis voelen’).”
Nel, dat is dan weer zo’n uitzondering waarvan je niet begrijpt waarom. Taal en logica gaan niet altijd hand in hand.
Ja, onbegrijpelijk deze uitzondering.
Toch mijn verhaal maar aangepast.
@Nel, Ewald. De verklaring is dat bij thuiskomen, thuisblijven naar iets fysiek wordt verwezen: het huis. Thuis voelen daarentegen refereert niet aan het huis, maar aan ‘je op je gemak voelen’. Ik zou dat onderscheid niet maken en gevoelsmatig thuisvoelen schrijven.
Overigens een aardig verhaaltje.
Dank voor deze nadere uitleg, Han. Maar het botst dus wel met ons aller gevoel.
@Ewald. Ja, het lijkt erop dat de verklaring later ‘gezocht’ is.
@Nel, mooi geschreven.