Ik zit op de schutting. Naakt. En ik schreeuw het uit. De inspiratie stijgt me naar het hoofd. Ik braak vierentwintig dichtregels uit. Andante, maar wel heel luid. Waarom? Omdat het kan. Bovendien heb ik gisteren een slechte film gezoen met een titel die alleen Hollanders kunnen verzinnen. Naakt over de schutting. Ik zeg, watjes. Naakt op de schutting, gelijk een geile haan, dat is pas stoer. En niks niet kukelekuën. Nee, keihard grunchen. Vierentwintig dichtregels loeve lezer. En u mag raden uit welk gedicht ze komen. Ik geef geen hints, want dat zou het veel te makkelijk maken. Wat voelde ik me goed op die schutting. Veel beter als op een hek. Dat is meer iets voor drie kleuters.

Leuk stukje, Mien. Naakt over de schutting; uit mijn jeugd. Het boek ooit gelezen (Rinus Ferdinandusse), de film nooit gezien.
Twee keer een o zie ik i.p.v. een i. Grapje of een typo? Doet er niet toe.
In onze binnentuin vele schuttingen. Nog nooit iemand naakt erop gezien. Ook niet erover, maar ja, ik sta geen 24 uur op het balkon.
Tja, wie wel? Lijkt me ook niet zo gezond. Kun je beter 24 uur paalzitten. Daar zijn zelfs wedstrijden voor. Weer eens wat anders dan een schrijfwedstrijd.
Moet je geen aambeien hebben, maar verder een prachtige sport natuurlijk.
Aambeien kunnen daar wel tegen.