De rechercheur van bureau Prinsengracht schraapt zijn keel. De houten stoel zit ongemakkelijk en de koffie is niet te pruimen. De Korteindjes en Roeg zitten verslagen aan tafel. Hun gezichten staan op doodmoe.
‘Enfin, jij was met Charley meegelopen naar de brug en bent daarna doorgelopen naar de Wallen. Je kreeg zeker de kriebels van de première, hè? Je wilde even van bil na dat juppencircus? Gelijk heb je. Na mijn dienst wil ik ook wel eens windowshoppen. As you know what I mean.’
Een flinke knipoog naar Muts brengt Muts in verlegenheid. Hij kijkt eens om zich heen en ziet dat Roeg slaapt. Paps en mams zijn ook al bijna vertrokken. Hoe redt hij zich uit deze benarde situatie?

Recente reacties