Ik lag van haar wakker en als dat niet zo was droomde ik over haar. We waren niet van de woorden. Onze liefde vond in stilte zijn weg. Elke avond om zeven uur ontmoetten we elkaar. Ik was altijd de eerste, wachtte een beetje bij de groene brievenbus aan die eindeloze zandweg. Klepperde een keer met het deksel en binnen een paar minuten kwam ze er hollend aan. Ze begroette me elke dag hetzelfde; ze pakte de andere kant van de stang van de melkkar. Ik hoopte dat onze vingers elkaar zouden raken. De laatste dag dat zij er was die zomer streelden haar duim en wijsvinger mijn pink. De veertig jaar erna ben ik meer aangeraakt, niet perse beter.


@Arjan. Onder mijn stukje schreef je: ‘… er kan maar weinig op tegen een mooie herinnering.’
Datzelfde zet ik hier neer. Mooi.
Arjan: dat zijn de mooiste, die kleine herinneringen met een heel lang leven.
@Ewald en Berdien, dank jullie wel!
Arjan; de kracht van verlangen; beeldend verwoord.