Ruim achttien meter staat hij van me vandaan. De arrogante klootzak die er met de liefde van mijn leven vandoor is gegaan. Meneer mooiboy, meneer de net wat rijkere sporter dan ik, meneer er is geen plaats meer in dit team voor jou, zoek maar een andere ploeg.
Ik draai de bal tussen mijn vingers. Gejuich rolt van de tribunes als hij zich nog één keer naar het publiek omdraait. Uitslover!
Ik sla de bal met volle kracht tegen het leer van mijn handschoen. Klootzak! Hij stelt zich op. Beweegt de knuppel omhoog. Geluid sterft weg. Zorgvuldig beweeg ik mijn arm naar achteren. Focus. Richten. Gooien. De perfecte worp. Dan een doffe klap. Mijn mondhoeken krullen omhoog. Hij is uit.


Het themastukje moet deze week natuurlijk over honkbal gaan. 🙂
Vanzelfsprekend! 🙂