Vreselijke vragen voor een jochie van zeventien: ‘Wat wil je later worden?’ ‘Waar ligt je passie?’ ‘Wat zijn je talenten?’
Zijn eerste keus werd vooral bepaald door de stad waa hij ging studeren. De stad waar mijn familie al generaties woont en bovendien ongeveer evenlang fanatiek supporter is van de lokale voetbalclub.
De inhoud van zijn studie was hij al na een paar maanden zat. Naar de voetbalwedstrijden kwam hij toch wel kijken, met zijn ov-studentenkaart.
Dus weer de keuze-molen in.
Dit keer koos hij een studie over de taal en cultuur van een Skandinavisch land.
En zo hoor ik hem braaf zijn woordjes stampen: eprikos, abrikoos; drue, druif; vig: vijg.
Hij komt er wel, hij is inmiddels al negentien.

@Lisette. Moeilijk om een studie te kiezen. Goed verwoord.
Vreselijke vragen voor een jochie van zeventien: ‘Wat wil je later worden?’ ‘Waar ligt je passie?’ ‘Wat zijn je talenten?’
de stad waarin hij ging studeren – de stad waar hij ging studeren
inhoiud – tikfoutje
studenten-OVkaart – ov-studentenkaart
keuze-molen…?
@Han: dank voor je compliment, en naar je taalkundige adviezen ga ik nog kijken.
@Lisette. Geen dank en rustig aan. Het is een goed stukje.
@Han: aangepast. De keuzemolen refereert aan de mallemolen, het carroussel van keuzemogelijkheden. Ik laat het maar zo staan, al is het een niet-bestaand (nietbestaand) woord.
@Lisette. Maar natuurlijk! In dit verband is het een mooi woord. En niet-bestaand is inderdaad met een koppelteken. Je moet het maar net weten. Net zoals carrousel. In een boek zag ik het zo gespeld: caroussel. De redacteur had het kennelijk niet gezien.