Zachtjes deed zij de zware deur van zijn cel open. Hij sliep nog. Op haar tenen sloop ze op hem af.
Natuurlijk was ze zwaar in overtreding. Haar beroepsethiek had ze maanden geleden aan de wilgen gehangen. Het maakte haar niet uit. Ze kreeg nog liever oneervol ontslag dan dat ze deze man uit het oog zou verliezen.
En nu was het zover. Ze waakte vannacht over hem. Ze had met een collega kunnen ruilen waardoor ze eindelijk verantwoordelijkheid had voor zijn cellenblok.
Knielend aan zijn bed liet ze haar hand langzaam neerstrijken op zijn ontblote bovenlijf. Hij ontwaakte, schrok niet eens.
“Je stelde me een vraag, toch?” fluistert ze in zijn oor. “Mijn antwoord is: ja, ja ik wil”.

Grandioos!
Het spijt me dan ook dat ik ga zeuren.
Hij ontwaakte. Schrok niet eens. Hier haperde ik dus even. Is het misschien een idee om in plaats van een punt een komma te plaatsen? Hij ontwaakte, schrok niet eens. Of een ; Maar dan is het volgens mij beter om weer hij te schrijven.
Kijk nog even naar deze zin:“Mijn antwoord is Ja, ja ik wil”.
Sterk, Louisa. Mooi verteld en inhoudelijk origineel verhaaltje. Met Levja eens wat de slotzin betreft.
Dank je wel beide. Aangepast.