De heer Vreeswijk schrikt wakker in zijn fauteuil: precies op tijd om boodschappen te gaan doen. Hij was al vroeg klaar met stoffen en zuigen, het bed opmaken en de vaat. De was moet morgen pas.
En om dan al boodschappen te gaan doen… nee, dan krijg je loze uren tot etenstijd.
Schichtig kijkt de heer Vreeswijk om zich heen en pakt razendsnel een mooi kogelbiefstukje. Nu is vlees weer ‘het nieuwe roken’. Nou, dat geldt niet voor hem, want hij heeft nooit gerookt. En bewegen doet hij genoeg. Want wie ‘beweegt’ er voor hem? Stel je voor dat ie straks thuiskomt, z’n pantoffels klaarstaan met zijn krantje erbij en dat er dan wordt gezegd: ‘Schat, we gaan zo eten.’


@Han. Grappig, loze uren. Ik kan me voorstellen dat iemand als Vreeswijk dat zo ziet.
@Ewald. Ja, triest als mensen dan in slaap vallen ’s middags.
@Han. Zolang ie het zelf niet als triest ervaart … Maar dat weet ik natuurlijk niet. Jij kent hem beter dan ik.
@Ewald. Als ik in de supermarkt de ‘Vreeswijkjes’ tegenkom, dan komen de (trieste)verhalen vanzelf. Kwestie van inleven.