“De beer eet truffels”. Door codewoord ’truffels’ komt hij in actie. Hij loopt – wat om den drommel niet makkelijk is – op zijn toffels het erf op.
Hij duikt weg in de kraag van zijn duffels jak. Dat is boffen. De moffen zijn vlot, maar hij heeft het getroffen. De truffeltrommel bol van gevoelige rommel wordt verborgen in de holle wand van de beerput. Hij metselt de deksteen dicht. Terwijl hij met zijn troffel de mortel smeert, gromt hij: “Alles is weggemoffeld. Als de mortel is opgedroogd, zal geen mof hem vinden.”
Hij gaat weer naar binnen, morrelt aan de deur en trommelt met zijn knokkels op de deur van de opkamer. Vanaf de rommelzolder volgt geroffel. “De mof is gepoft!”


Ik moest even denken, maar ik heb hem.
Poëtisch proza. Sterk geschreven!
@JelStein. Voor mij een beetje moeilijk, maar goed geschreven!
Dank Han. Ik schrijf hier vrijwel altijd in : dont tell stijl. Ik daag de lezer uit in plaats van voor te kauwen. Even wennen, maar het scherpt de geest. Ik schat de lezers hoog in. Gezien jouw profiel (dat best veel lijkt op dat van mij) mag ik veronderstellen dat het voor jou niet moeilijk is, maar even realiseren dat het niet een rechttoe rechtaan stijl is.
@Jel Stein. Beslist geen kritiek hoor. Het kost even wat meer aandacht.
@Han Dat snap ik. Aangezien ik hier niet zoveel meer schrijf, ken jij mijn schrijfstijl nog niet 🙂
@JelStein. Altijd leuk om te leren.
@Ewald dank voor het compliment. En mooi dat je dát element herkent!