De overledene is er al. Ligt in een kist die op een draagbaar met grote wielen staat. De begrafenisondernemer naast me blijft op zijn horloge kijken en hardop mompelen dat ie niet begrijpt waar zijn jongens blijven.
Samen vormen we een ietwat raar gezelschap. Een diaken, een doodbidder en een dominee. En de dode. Deze druiligere dinsdag had niet veel triester kunnen zijn. De mevrouw die we gaan begraven is bijna negentig geworden. Haar man al tien jaar dood. Geen kinderen. De meeste verwanten en vrienden blijkbaar ook niet meer in leven. Of niet mobiel genoeg om hier te komen. Of, en dat kan ook bedenk ik me nu, gewoon te zeker dat ze binnenkort toch deze kant op gaan.


@Arjan. Een mooie sfeerschets. Het woord doodbidder kende ik nog niet. Nu wel dus. Begrafenisondernemer (eerste woord van de derde zin, mist een hoofdletter).
@Ewald. Dankje! Doodbidder wordt ook niet echt meer gebruikt denk ik. Maar het blijft een mooi woord. Dank ook voor correctie. Grappig hoe snel je iets over het hoofd ziet als je gaat knippen en schuiven in je eigen verhaal. Dankje
@arjan, de sfeer is prachtig neergezet. En de alliteratie (al die d’s)vind ik ook mooi. Wat mij betreft mogen wij als schrijvers eigen woorden gebruiken. Ze hoeven niet altijd in het woordenboek te staan!
@Arjan, een trieste werkelijkheid knap beschreven. Mooi dat de kerk ook dan een rol vervuld.
Oeps, Arjan, wat een droevigheid. Inderdaad de sfeer bijzonder goed getroffen. Die laatste zin is echt waarlijk subliem! <3
Mooie sfeerschets Arjan. Ik blijf me wel even afvragen waar die dragers zijn. Goede laatste zin!
Prachtig, krachtig.