‘Stil,’ sist hij. ‘Je moet gewoon eens luisteren.’
Ze kijkt hem verbaasd aan.
Maar ja, Jolanda, zijn vriendin, dat weet ze echt wel, staat daar voor te dragen als een kakelende kip.
Dat noemt zich dichter.
Ze heeft rozen gekregen en geeft er een paar aan Annemiek, die weet echt wel dat ze voor hem bedoeld zijn.
‘Volgende week mag ik weer voordragen,’ zegt Jolanda; ‘jullie zijn bij deze uitgenodigd.’
De hele week staat Jean bij de rozen, pakt er één uit de vaas en snuift de geur op.
Zo ook de avond van de voordracht. Annemiek pakt een roos en doet het in zijn knoopsgat na er eerst een poedertje in gedaan te hebben.
Storende niesbuien vergallen de voordracht.

Hoe subtiel mooi omschrijf je de jaloezie, nochtans een van onze meest verwoestende vijanden.
Het is me niet goed duidelijk wie wie is en wie wat zegt. Misschien bij de eerste ‘ze’ beter een naam zetten?
Wel leuk ontknoping!
Ha ha Emjee, wat een vals loeder zet je daar neer! Prachtig!