Het moet een uur of zes zijn geweest. Ik trok het portier dicht, starte de motor, klikte de gordel vast en vertrok. De wagen gleed als een ritssluiting door de straten van de stad. Links de winkels, rechts het park. Inmiddels lees ik afslagen met plaatsnamen die ik niet ken en in het voorbijtrekkende landschap huist zich geen herinnering in mij. Op een parkeerplaats houd ik halt en denk aan de keuzes die ik nog moet maken. De daarmee gepaarde vrijheid verlamt me al dagen.
Naast mij hoor ik de tevreden slaap van mijn lief. Elke dag opnieuw kies ik moeiteloos voor haar. Ik ben mijn leven, zij is het hare. Niets is zomaar. We zijn veroordeeld tot elkaars vrijheid.


@Stefan. Je verhaal begint veelbelovend, al zou het naar mijn idee in de o.t.t. nóg spannender zijn geweest.
‘De wagen gleed als een ritssluiting door de straten van de stad.’ Een heel mooie zin!
Maar dan … Je verhaaltje eindigt mierzoet en doet wat mij betreft daarmee afbreuk aan je stukje.
Klein puntje: starte moet hier startte zijn.
Ewald, dank voor je reactie en kritische noten.
Starten in de ott was voor mij geen optie. De opzet van het verhaaltje was juist om een overstap in tijdsvorm te maken (van ovt naar ott, zin 4 op zin 5). Ik wilde een ‘breuk’ in de tijd creeeren om de dualiteit van vrijheid te bekrachtigen: vrijheid als last en vrijheid als waarborging. Voor de laatste is de liefde een bereidwillige context want tja, je hebt maar 120 woorden beschikbaar om een context te creëeren. Om er twee in één stukje te creëeren zal men consessies moeten doen. Daarnaast ben ik niet vies van de liefde, het kan me niet bombastisch genoeg zijn. Ik wil er niets van missen !
Stefan, dank voor de uitleg. Duidelijk zo.