Het was het woord van de hoofdonderwijzer tegen het mijne. Natuurlijk kon ik het wel vergeten. Urenlang heb ik vloeren geboend en strafregels geschreven. Mijn kant van het verhaal wilde niemand horen.
Die ochtend had meester Maatsuyker zijn koffie uitgespuugd en zijn ogen vol donderwolken op mij gericht. Meteen wist ik dat het fout zat. Hoe kon ik zo stom zijn om die kop koffie aan te nemen van dat rotjoch? Of ik die even aan meester Maatsuyker wilde brengen. Hoe naïef ik was.
Het is dan wel veertig jaar geleden, maar zo’n rotstreek vergeet je nooit. Deze reünie is mijn kans. Daar is hij. De rat.
‘Zo, da’s lang geleden, Cis,’ zeg ik nonchalant. ‘Hier, neem een bakkie koffie.’


@Inge. ‘Zoete wraak’. Mooi!
Fraai!
en, @Inge, wat voor lekkers had je erin gedaan?
Dank Han, Odilia en Cora. Dat mag je zelf invullen Cora 🙂
@Inge: ik denk niet dat de wraak zoet was, eerder zout of bitter of moorddadig lekker. Die hoofdonderwijzer (ha, nu ontdek ik jouw gebruik van het weekwoord pas!) mag trouwens ook nog wel wat van je wraakgevoelens krijgen. Wie weet heb je daarin wel meer gemeen met Cis dan je dacht.
@Lisette Haha, zoiets. Ja, daar zou ook nog wel een mooie wraakactie bijpassen, maar niet binnen 120 woorden 🙂
Geweldig! Mooi dat je het einde zelf laat invullen door de lezer… hahaha!
Dank je Irma! Al ligt het einde er best dik bovenop denk ik 😉
prachtig Inge.