‘Kijk, daar lag ik iedere dag.’
‘Waar?’
‘Hier, onder dat witte zonnescherm,’ zegt ze nog nagenietend.
Ik zie veel zonneschermen en vooral mensen, een onnatuurlijk blauwe zee en hoge flatgebouwen.
‘Iedere dag 35 graden!’
‘Ja, dat heb je op je ansichtkaart geschreven; bij dat getekende zonnetje.’
Ik wijs op de kaart die ik een dag na haar terugkomst heb ontvangen. Rechtsboven die rotkop van Franco.
‘’s Morgens legde ik alvast mijn handdoek op die ligstoel en voor een paar honderd peseta’s kon ik de hele dag blijven liggen. En Antonio, van het barretje, bracht me broodjes en cuba libre. Goedkoop!
Tja, nu weer in Amsterdam, op huizenjacht…’
‘In de Bijlmer huur je gemakkelijk een huis, hoor.’
‘Hè nee, allemaal hoogbouw.’


@Han. Goed het verschil tussen ‘op vakantie zijn’ en ’thuis zijn’ neergezet.
ja aan die Costa in een bijenkorf voelt kennelijk toch anders. Het heet niet voor niets toeristenindustrie.