‘We kunnen het haar niet verbieden,’ zegt haar vader als ze voor een felblauwe scooter gaat sparen. ‘Iedereen wil zo’n onding.’
Sparen betekent werken bij de supermarkt. Dat schiet niet op en daarom besluiten haar ouders de helft erbij te leggen, waarbij ze gelijk al een schuldgevoel krijgen voor het geval er iets gebeurt.
‘Mooi hè?’ zegt de verkoper. ‘De uitvoering met vijf wielen is veel betrouwbaarder dan die met drie. Ook comfortabeler. En hij gaat best hard, hoor. Heb je die knipperlichten gezien? Welke kleur kies je, jongedame? Die felblauwe is heel mooi.’
Als ze haar schouders zou kunnen ophalen had ze dat gedaan. Haar zieke spieren willen niet, en zij evenmin.
‘Gespreide betaling is mogelijk, hoor, mevrouw, meneer.’


@Han. Dat is inderdaad de tijdgeest. Ieder jong meisje / jongen wilt een scooter.
jonge dame – jongedame
@Ewald. En wij wilden allemaal een brommer. Dat verandert niet. En de angst van ouders voor hun kinderen, een ongeluk en/of in dit geval ziekte is tijdloos. Bedankt voor de verbetering.
@Han. Mijn brommerwens heeft maar kort geduurd. Nadat ik met mijn Tomos onderuit was gegaan, ben ik weer op de fiets gestapt. Tot op de dag van vandaag.
@Ewald. Ik had een gloednieuwe Kreidler. Je kon er niet de stad mee in, anders werd ie meteen gestolen.
@Han. Wat mij betreft had je er de stad mee in gekund. Ik was er met m’n handen vanaf gebleven. Maar ja, die andere jongetjes, hè.
@Ewald. Zelfs in de stalling werd er gestolen.