De steenpuisten – karbonkels – genazen slecht. Zijn bloed was ook niet goed. Bevrijdingsdag beleefde hij op zijn onderduikadres. Bij de boer, die zijn leven heeft gered.
Al voor de bevrijding had mijn vader een tekening gemaakt die door de ondergrondse naar mijn moeder werd gestuurd: hij boven op een trein, armen juichend in de lucht.
Hij kijkt naar de wijzers van de stationsklok. Eindelijk naar huis!
In de straat staat geen boom meer. Zijn ouderlijk huis heeft andere gordijnen.
‘Wat ben je mager geworden,’ zegt de buurvrouw. ‘Nee, je ouders zijn verhuisd, wist je dat niet? Waar was je al die tijd?’
‘In Bremen, als dwangarb…’
‘Voor collaborateurs is hier geen plaats!’ Ze smijt de deur dicht.
Stichting ’40-’45 doet hetzelfde.


sluit de stichting dan dwangarbeiders uit??
@José. Ja, daar komt het wel op neer. Mijn vader kreeg telkens nul op het rekest.