Een signaal uit de cockpit: ‘Captain to crew, take positions.’
Ik zit vlak bij een nooddeur met een hendel. We willen allemaal naar zee, maar niet op de manier waaraan ik nu denk… Niet bang, maar ik verdoof me toch met een voorlopig laatste blikje Heineken, straks San Miguel.
‘Meneer, meneer… welke hendel? Gaat het wel?’ Een stewardess tikt me op mijn schouder. Ik kijk verward naar een ander uniform en in lichtere, blauwere ogen dan zo-even. En naar de vloer, maar ik zie geen luik.
Applaus na de landing. Typisch toeristen; je klapt toch ook niet voor de buschauffeur? De piloot doet gewoon zijn werk. Toch haal ik opgelucht adem, deze piloot komt wél met al zijn passagiers aan.


@Han. Vliegangst?
@Ewald. In werkelijkheid niet (behalve dan in een droom boven Argentinië). Autorijden is gevaarlijker.
vliegen is veilig, maar je gevoel geeft toch vaak andere signalen, ik denk steeds, gelukkig veilig geland, terwijl ik dat naar een treinrit nooit denk.
@José. Ik denk, in dit stukje, vooral aan mensen die zomaar in zee zijn gedumpt, als vervolg op het eerdere stukje.
@Han, ik legde dat verband niet direct; hoe dan ook vreselijk dat dit is gebeurd
@José. Grappig, we hadden het er net over hoe een stukje ‘landt’. Dit is dan meteen een praktijkvoorbeeld.
Ja, klopt Han, wat voor de een vanzelfsprekende context is, hoeft dat voor de ander niet te zijn. Bovendien stopt de lezer doorgaans minder energie in een stukje dan de schrijver.
@José. Zeker, en sommige reacties zijn dan heel leerzaam.