Toevallig woon ik in de stad waar het allemaal begon. Een paar slimme jongens bedacht het Picnic-concept: je bestelt je boodschappen via internet. Op een vooraf afgesproken tijd komt het wagentje voorrijden. Kratten worden je keuken in gedragen, vol zakjes waarin alles zit.
Soms kom ik een hele Picnic-zwik tegen. Dan waaieren ze als moderne marskramers uit over de straten van de stad.
Ik hoor van verschillende kanten dat het goed bevalt om zo te worden bevoorraad. De formule slaat aan, en dus breidt de Picnic-ploeg zich uit, en gaat zelfs naar de beurs.
En ik? Ik wil -net als mijn moeder- mijn waar eerst zien en voelen alvorens ik koop.
Ik regel mijn picknick-spullen zelf, op de echte markt.

Je hebt altijd mensen nodig die tegen de stroom op zwemmen Lisette. Niet opgeven!
<3 We leven in fascinerende tijden. Dat picknick-concept is maar een illustratie daarvan. Het lijkt alsof we in een tweedeling leven van mensen die werken en nergens anders meer tijd voor hebben en zij die wel nog de tijd hebben om hun eigen potje samen te stellen, te koken en af te wassen.
@keesleeuw: nee hoor, ik blijf gewoon mijn eigen kant uit zwemmen.
@Nele: klopt, en raar om te merken dat ik nu aan die tijdhebbende kant sta.
Goede overpeinzing Lisette. Ik wissel een beetje tussen de twee manieren van boodschappen doen 🙂
Ik ook Lisette, bovendien bedenk ik in de winkel soms pas wat ik wil gaan eten…
Leuk geschreven, Lisette, van marskramer naar bestelservice.
@Inge: dank, en ik bestel natuurlijk zelf ook regelmatig in webshops, maar mijn etenswaren niet.
@Alice: oef, ik kan niet zonder mijn boodschappenlijstje, hoor.
@Irma: dank voor je compliment.
Ik ook niet hoor Lisette! Maar het gebeurt mij nog wel eens dat ik, door hetgeen ik zie liggen bij de groenten, mijn menu aanpas. Winkelen kán inspirerend zijn… (soms!)
lisette, goed om het in eigen hand te houden.