Soms kwamen we elkaar tegen. In de kerk, verbouwd tot supermarkt. Nou ja, verbouwd… onze winkelkarretjes hotsten en botsten over de grafstenen.
Alles dat in die wagentjes lag, was anders. Zij kochten wit fabrieksbrood, ik volkoren versgebakken brood; zij houdbare melk, ik biologische; zij jonge kaas met cellofaan eromheen, ik een punt boerenbelegen.
Verder zaten zij vanaf 11 uur buiten, op een kratje pils. Ik bleef liever in ons huis met mijn kopje cappuccino.
Eén ding stond voor ons vast: hier gingen we niet lang wonen. En zeker geen kinderen opvoeden.
En dus verhuisden we naar een nieuwbouwwijk, buiten het oude centrum. Zij bleven in hun oude wijk, in de binnenstad. Beter zo.
Nog nooit zo duidelijk een klassenverschil gevoeld.

Recente reacties