In het donker beklim ik een verveloze trap. Vertrouwd spoor voor een tweetal generaties en open zijn vensters.
“Ik kom thuis!”
Ik keek de ziekenzaal rond, kon voorliegen niet langer opbrengen “Pa … je komt hier niet meer vandaan” Hij glimlachte begrijpend, knikte en vond al grijpend in het duister nog éénmaal mijn hand. “Hoe laat is het?” “Half vier…” “Dan ga ik…” Zei hij zachtjes. “De nacht loopt ten einde. Ik verwacht die nieuwe morgen!”
Mijn ellebogen leunen in de sponning.
Ik zet zijn zonnebril op… Ontwaar waar hij naar uitkeek als licht aan de einder zich geleidelijk baan breekt. Fel die stralen op een nog vroege ochtend. Gekleurde blik, een nieuwe heraut van haar geboorte… De dag komt naderbij!


@keesleeuw, wat een mooie sfeer zet je neer.
Hoopvol!
Aangrijpend
@keesleeuw, in de tweede alinea ontbreekt het aan punten. Achter de zin. Je wisselt op een warrige manier van perspectief. Licht zich breekt? Ik voel veel, alleen loop ik schrijftechnisch tegen het een en ander op.
Lomo: bedankt voor je tips voor wat betreft de interpunctie. Voor wat betreft de wisseling van perspectief: Alinea 1 en 3 vinden plaats rondom hetzelfde venster.
Het heden en verleden mooi samengebracht. En inderdaad, afgesloten met een positieve blik op de toekomst.
Mooi!
Alice, marlies bedankt voor jullie reacties