Vijfentwintig jaar geleden liep ik hier dagelijks rond. Ik ben te vroeg en heb de tijd om helemaal naar boven te lopen, het raam te openen en op het platje te stappen. De plek waar ik de meeste van mijn spijbelmomenten doorbracht. Soms hing ik over de rand en tuurde naar de medeleerlingen. Onherkenbare wezens, waar ik me niet verwant aan voelde. Behalve Juliëtte. Die zag ik overal, maar zij mij niet.
Soms rochelde ik een fluim naar beneden, die wonderlijk genoeg nooit doel trof.
Zou ik het nog kunnen? Ik schraap mijn keel en pers een slijmerige klodder naar het puntje van mijn tong, haal diep adem door mijn neus en spuug met volle kracht naar beneden.
Nee! Juliëtte!


@Hadeke: knap, om een voorspelbaar einde toch leuk te laten zijn!
@lisette dank!
De inspiratie kwam van een flauw spel dat ik in mijn studententijd speelde. 🙂
https://youtu.be/xIPl_kHi6SU
@Hadeke. Flauw maar wel leuk! <3
@Han Ik wilde Juliëtte eigenlijk met open mond naar boven laten staren, maar tja, die 120 woorden limiet … 🙂 Dank voor je reactie.
@Hadeke. Ja, ik zie het zo voor me. Haha!
Weer eens een andere balkonscene, Romeo ?
Ik ben een romanticus in het diepst van mijn euh … keel. 😉