Samen met mijn vriendin ben ik op weg naar het hockeyveld. We zijn gezellig aan het kletsen als plotseling een busje zit te toeteren. ‘Wie is dat?’, vraagt mijn vriendin verbaasd. Had hij het tegen ons, vroeg ik me af. De wedstrijd is afgelopen en staan bij de fietsen. We schrikken en springen aan de kant. ‘Idioot!’, roept mijn vriendin. Iemand stapt uit. We kijken elkaar aan en weten dat we een probleem hebben. Het busje rijdt achteruit. Ze pakken ons vast. Ze spuiten wat op ons gezicht en voordat we weten wat ons overkomt zitten we in een huis. Maar wat voor huis? Geen inboedel, helemaal niks. We liggen met onze handen op de grond, helemaal alleen en verlaten…

Je bouwt de spanning goed op, Femke en een open einde prikkelt de fantasie van de lezer.
Je hebt er zin in Femke. Leuk. Je tweede verhaal. Eerst verdwenen en nu verlaten. Beide mooie titels. Het was vast hetzelfde geboefte dat jullie kidnapte. Zowel letterlijk als figuurlijk, dat laatste. Jullie zijn nog immers kids, toch? Je schrijft heel verfrissend. Knap hoor!
Knap Femke. Wie weet word jij de nieuwe thrillerschrijfster.
Hoi Femke! Je tweede verhaal. Mooi! En spannend. Kijk nog even naar de zin ‘een busje zit te toeteren’ (er zit iemand in die toetert, een busje zit niet en toetert eigenlijk ook niet, al wordt dat laatste wel gezegd). Als je er niet uitkomt kijken we er morgen samen even naar.
Hoe dan ook sluit ik me helemaal bij de vorige opmerkingen aan: Knap geschreven!
@Femke: hè, getsie, wat eng. Nu moet je nog een verhaal schrijven, met een goede afloop.ik ben een watje, ik weet het…