‘Talent ken je niet leren,’ zei mijn vader altijd. ‘Alleen kopen.’
Een schijthekel had ie aan klasgenootjes die pianorecitals speelden of drie keer per week tennisten. De Harskampjes kochten geen talent.
Des te verrassender was het dan ook, toen ik, na twaalf talentloze jaren, aanleg voor het jatten bleek te hebben. De eerste keer dat ik thuiskwam met mijn buit, een pak ferrero ballen, vroeg pa: ‘waar heppie die rotzooi vandaan?’ ‘Gegapt bij Ali.’ Een smerig gesnuif was alles wat hij uitbracht.
Dat veranderde naarmate het jatschore in waarde steeg. Plotsklaps had hij een zoon om trots op te zijn. ‘Die zoon van mij had de politiek in moeten gaan,’ bazuinde hij rond, ‘want jatten kan ie als de beste!’

Leuk verteld!
Trotse vader!