Mijn baas riep me bij zich. ‘Zeg, Anton, hoe lang werk je al voor me?’
‘Twintig jaar, meneer.’
‘Dat is lang. Ze hebben jou wel eens vergeleken met een slingerplant. Wist je dat?’
‘Zeker, meneer.’
‘Niet sterk genoeg om zelf te groeien, maar toch grote hoogte bereikend…’
Met een armbeweging gebaarde ik: zo ben ik.
‘dankzij een boom waar je je omheen slingert.’
‘En wat voor een boom,’ zei ik. ‘U bent een woudreus!’
‘Dank je. Ik moet je wat vertellen.’
Ik keek hem vragend aan.
‘Ik ga weg.’
Mijn mond viel open.
‘Jij krijgt de leiding,’
Ik slikte,
‘maar zonder mij stort je in.’
en trok wit weg.
Hij glimlachte. ‘Maak je geen zorgen: dit bedrijf overleeft je wel.’

Origineel hoe je themawoord verwerkt in dit stuk. Bedoel je in de laatste zin dat het bedrijf Anton overleeft?
@Arjen, dankjewel.
Die laatste zin: ‘dit bedrijf overleeft de periode dat jij de leiding hebt wel.’
Dag Gijs, leuke invalshoek, een mens als slingerplant.
Graag gelezen. Nog een fijne zondag.
Top verhaal Gijs