Daar sta ik in de vitrine van de Noordzee. Een grote ronde koektrommel van ongewapend glas. Een levensecht zeezicht met strand- en zeegangers. Hoe vaak en hoe lang zou meneer Mesdag en zijn kornuiten door de cilinder, de ronde doos van glas gekeken hebben? De spiegeling vastgelegd met varkenskwast op doek? Een fata morgana in tempera, waterverf of is het toch geolied?
Het schilderen liep hoe dan ook gesmeerd. Alles werd gevangen. Niets ontsnapte aan het schildersoog. Vincent zei het mooi. ‘Het enige dat er mankeert aan het schilderij is dat er niets mankeert’. De Breitner cavalerie, lucht en duinen à la Théophile, de gluurster van Blommers, Sien’s Scheveningen, Mesdag’s zee en bootjes. Vastgelegd in 1881, op zeventien vierkante meters.

Mooi stukje over beeldende kunst.
Mooi. Mesdag waardig.
@Mien. Beeldend stukje!
Ik wil er graag een keer gaan kijken. Lijkt me heel mooi!