Het is donker. Met zijn zaklantaarn heeft hij de zerk bestudeerd om na te gaan of hij op de juiste plek is.
Iedere steek in de grond, het loswoelen van de aarde en het uitstorten ervan maakt in de doodse stilte om hem heen een onnoemelijke herrie. Toch zal niemand hem horen. Hier rust men zacht of is in handen van de Heer. Onder elke steen liggen de resten van een nazaat van het graaflijk geslacht. Hij kent de historie. Hij weet waar hij moet zijn.
Juwelen, denkt hij, goud.
Hij graaft door en door. Opent de kist, verwijdert de botten, slaat in op de houten bodem en speurt in de ruimte daaronder.
‘Verdomme, vrouwenkleren,’ mompelt hij verbitterd, ‘de schat.’


Op zoek naar gouden tanden?
Verbitterd met een d. 😉
Mooi stukje. Graag gelezen.
Slechts dubbele bodems 😉 Dank voor je reactie en terechte verbetering.
Hadeke: wie een kuil graaft onder een ander krijgt vrouwenkleren op zijn neus. Lekker luguber stuk.
Ik hoop dat jouw HP in de kleren alsnog een aanwijzing naar de echte schat vindt. Al dat graafwerk onbeloond… 🙁
Ja ik graaf helemaal mee met Berdien!
Oh jee, een ‘arme schat’.
Misschien waren het heel dure kleren? Of was de begravene een stiekeme travestiet? Of ligt de echte schat toch nog in een andere kist? Leuk, een stukje waarop ik kan door fantaseren 🙂
Hier rust men zacht of is in handen van de Heer. Leuke manier om steentekst in je verhaaltje op te nemen
Al met al niet echt een diepgravend verhaal hoor. 🙂 Dank voor de reacties.