Het bepalen van de oppervlakte van een terrein lijkt een eenvoudige zaak. Het opmeten van hellende, of diep ingesneden terreinen stelt echter heel wat praktische en juridische problemen die een landmeter moet oplossen.
Zeker in de regio.
Vroeger niet. Toen gebruikte men oude maten. Bijvoorbeeld meten met zandvlaktemaat. Hier een overzicht van die oude maten:
Het gemet, de gras in Groningen, ongeveer een halve hectare (de hoeveelheid gras die nodig was voor een koe), de deimat of dagmaat (de hoeveelheid land die een maaier per dag kon maaien), de hont, de bunder, de dunam, de hoeve, de loopense, de morgen, de mud, de pondemaat, de roede, de schat, de schepel, de snees, de spint, de vatzaad, de wind, het zand.

Uit mijn verhaal : “De begrafenis van ome Willem”
Vandaar dat voortreffelijke Amerikaanse mensen ooit landmeters waren. Zie Abraham Lincoln .
.
Ik ken jouw verhaal niet. Abraham wel en Wiki Pedia.