Elise wordt wakker naast haar vrouw, Myra.
‘Ik was ver weg schat. Kom, ik wil een kus.’
‘Tja, weet je wat je in je slaap riep, je zei Willem. Dat was toch je vriendje toen je achttien was.’
‘Och gos, dertig jaar geleden nu.’
‘Je zegt altijd dat je toen al van meisjes droomde. Maar nu ineens van een jongen, wat moet ik daar van denken.’
‘Och lief, laat me toch dromen, nu ik ouder ben is Willem mijn droomjongen geworden, sorry ik heb wel eens zo’n jongensdroom. Ik wil nog steeds die zoen. Kom maar meisje van me. Ik wil altijd bij je blijven.’
‘Behalve in je dromen zeker.’
De kastdeur kraakt, Myra roept ‘Willem?’
Zij schaterlachen.
‘Elise, kom.’


Elise en Myra zijn er gelukkig uit, maar Willem blijft voorlopig wel in de kast? 😉
@José: hé, leuk! Een verhaal met twee verliefde vrouwen! Zo betekent de jongensdroom ineens niet de droom van, maar over een jongen.
Ik dacht dat ze ruzie gingen maken, maar dan eindigt het toch met een grapje. Ik moest soms wel even terug lezen wie wat zei.
Mooie scene José. Ja, ik had ook moeite met wie wat zegt. Waar Myra ‘Willem’ zegt, weet ik even niet of dat nou haar oude vriendje is, of die van Elise. Misschien nog 1 keer bij een gesproken zin zetten wie het zegt?
Het idee vind ik wel verrassend, hoewel wat rommelig uitgewerkt. Ben ik niet van jou gewend José.
dank voor jullie reacties, misschien vraagt dit verhaal om meer woorden. Het is Elise die van haar jeugdvriendje Willem droomde en Myra die die na haar aanvankelijk wat jaloerse reactie nu doet of Willem uit de kast zou komen. Die wat afgezaagde beeldspraak ging door mijn hoofd en ik zag het als een soort klucht voor me. Een man die letterlijk uit een kast stapt.