Perfect, dat was het. Mes, bloed, crime scene…
Ik ademde zwaar. Ik was al bijna dood.
Hij had mijn leven verkloot. Híj was de dader. Ze zouden hem arresteren en in het cachot gooien, waar hij zou verrotten. Hij mócht van mij verrotten. Het kon mij niks verrekken. Klootzak!
Na de zoveelste ruzie, eindigend in een potje “vernederen voor gevorderden” had ik het heft in eigen handen genomen. Ik zat in zíjn huis, op zíjn bank, met zíjn mes in míjn borst. Hij zou zo thuiskomen. En mij zien. En in paniek raken. De politie zou komen en hem pakken. The perfect crime.
Maar… het was zelfmoord…
Alleen ik wist dat.
Maar… waar moest ik nou toch dat mes laten?

Recente reacties