‘Het is goed. Dat is het altijd al geweest. Ook aan reservetijd komt een einde.
Bloedafnames en opgevangen fluimen geven geen inzicht in genezing. Slechts een bevestiging van wat iedereen al weet. Ik ook.’
‘Ze houden van je. Allemaal.’
‘Ja, nu wel. En het is heus goedbedoeld. Maar ergens irriteert het me toch ook. Zelfs mijn eigen uitspraken. Machteloosheid en bitterheid dwingen mij te denken wat ik nooit heb gedacht.
En toch is het goed zo. Ik houd van jou meer dan van mijn stad. Maar dat is logisch. Wrang, ‘maar dat is logisch,’ zei ook een ander van wie de stad hield. Ook voor hem hebben ze geapplaudisseerd. Hij had dezelfde ziekte. Ik heb een ambtsketen, hij nummer 14.’


@Han: leuk (voor zover mogelijk in dit thema), ik had de verbinding tussen Johan en Eberhard nog niet gelegd. Amsterdam verlies snel zijn helden.
@Lisette. Dank je wel!