Het was de tiende keer dat ik voor de spiegel van Neregeb moest verschijnen. Weer zag ik niets. De raad begreep er niets van, net zomin als ik.
Mijn twee zusters hadden gezien. Etsdou had naar rijkdom gesmacht, en de raad had haar een winnend loterijlotje gegeven. Onze Etsleddim was gek geworden omdat ze dacht wat ze begeerde nooit waar kon zijn, en de raad had haar in een verblijf gestopt waar de dwangbuizen comfortabel en zacht waren.
En ik zag tien keer niets. Ik draaide me om, de spiegel ontplofte, de raad gaf het op en ze lieten me gaan. Ik leefde nog lang en gelukkig en het raarste is dat ik altijd heb gekregen wat ik nodig had.


Heel bijzonder en mooi stukje Nele
Thnks.
Nele: de Benjamin(a) komt altijd op de pootjes terecht.